Nieuwsbrief 2 Werkgroep Zeezoogdieren

November 2017

Grijze walvis bij whalewatchboot in Baja California, Laguna de San Ignacio. Foto © Martijn de Jong

Grijze walvis bij whalewatchboot in Baja California, Laguna de San Ignacio. Foto © Martijn de Jong


Voorwoord

Beste zeezoogdierliefhebber,

ik kan mij geen fascinerender leven voorstellen als dat van een walvisluis. Zittend op een walvis, reizend door de grote oceaan. Het ene moment is het overweldigend licht, het andere moment is er de diepste duisternis. Soms is de wereld mooi en rustig, dan weer moet je je vastgrijpen om niet in de oceaan te verdwijnen. Want buiten de walvis bestaat er voor de walvisluis niets. Zijn alles is de walvis.

Soms kan de walvisluis een overstapje wagen. Wel naar een andere walvis natuurlijk. En de paring lijkt mij daarvoor het uitgelezen moment. Maar mocht men zich wat teveel aan zijn walvis gehecht hebben, dan is de lotsverbintenis ook absoluut. Samen zal men naar de bodem zinken om opgenomen te worden in het grote niets.

In deze nieuwsbrief is er veel aandacht voor reizen. Veel zeezoogdierliefhebbers houden van reizen want dan kunnen ze zeezoogdieren zien. Het zijn de mooiste natuurervaringen. Je ziet dan een glimp van een totaal andere wereld. En toch ook herkent men de walvis als een zoogdier, net als wij. Je zou daar heel filosofisch van kunnen worden maar het is leuker deze nieuwsbrief te gaan lezen en bekijken.

Veel plezier,

Raymond


Inhoud

  1. Artikelen
    • Strandingsonderzoek bruinvissen, jaarverslag 2016
    • Alweer een gewone vinvis in augustus
    • Interview met Ana Mafalda Tomás Correia, Principal Investigator CETUS-project
    • ORCA & sightings 2017
    • Seal behaviour in the Dollard Estuary
    • Een dag uit het leven van een zeehondenverzorger
    • Monitoring van zeezoogdieren in België
    • Nieuwe rivierdolfijn ontdekt in de Amazone
  2. Boeken
  3. Publicaties
  4. Reizen
  5. Playlist WZZ
  6. Vrijwilligers/Vacatures
  7. Zeezoogdieren zien in Nederland
  8. Agenda
  9. Websites
  10. PDF-versie

Artikelen

Strandingsonderzoek bruinvissen, jaarverslag 2016 (Diergeneeskunde, UU)

Beste vrijwilligers en geïnteresseerden,

Via deze weg laat ik jullie graag weten dat onze jaarrapportage 2016 via de onderstaande link is te downloaden. jaarverslag strandingsonderzoek 2016

Sinds 2016 is het onderzoek naar bruinvissen ondergebracht bij de Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. Het doodsoorzaakonderzoek wordt uitgevoerd bij het departement Pathobiologie van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (UU), waarna samples voor toxicologisch onderzoek en dieetonderzoek naar Wageningen Marine Research (voorheen IMARES) gaan. Zodoende voeren we het onderzoek gezamenlijk uit. Het ministerie van Economische Zaken is opdrachtgever en is vooral geïnteresseerd in doodsoorzaken van gestrande bruinvissen door menselijk toedoen.

Er zijn in 2016 ruim 50 verse bruinvissen onderzocht. Een derde daarvan was gestorven door aanvallen van de grijze zeehond. Infectieziekten en voedseltekort waren ook veel voorkomende doodsoorzaken. Bijvangst was de doodsoorzaak in 11% van de onderzochte bruinvissen.

Van de onderzochte bruinvissen werden aanvallen door de grijze zeehond in 2016 relatief vaker vastgesteld dan in eerdere jaren. Bijvangst werd juist relatief minder als doodsoorzaak gevonden. Dat kan komen door een verschuiving in doodsoorzaken, maar ook door een verandering in het onderzoek. Vorig jaar werden minder dieren onderzocht, met name verse dieren, terwijl in voorgaande jaren meer dieren maar ook minder verse bruinvissen werden onderzocht. Gestrande bruinvissen in de categorie ‘bijvangst’ bleken vaker minder vers, vermoedelijk doordat deze verder van de kust overlijden. Voor aanvullende informatie verwijs ik jullie graag door naar de rapportage.

We hadden dit werk niet kunnen uitvoeren zonder de bijdrage van het vrijwillige strandingsnetwerk. Graag dank ik jullie allen voor het melden van strandingen op sites als www.walvisstrandingen.nl en voor het adequaat reageren bij verse strandingen zodat de sectie vaak snel na de vondst gerealiseerd kon worden.

Met vriendelijke groeten,

Lonneke

Lonneke L. IJsseldijk, MSc
Project Manager Cetacean Research
Faculty of Veterinary Medicine, Utrecht University
Department of Pathobiology

Strandingsonderzoek Universiteit Utrecht

jaarverslag strandingsonderzoek 2016


Alweer een gewone vinvis in augustus

Op 7 augustus meldde de kustwacht dat er tijdens een verkenningsvlucht een dode walvis was gezien, ongeveer op de grens van Nederland en Engeland, 92 kilometer uit de kust bij Den Haag. Omdat het kadaver kennelijk niet in de (vaar)weg lag, is er geen actie ondernomen. De begeleidende foto's toonden een gewone vinvis die al enige tijd dood was. Het dier dreef op zijn zij in het water en was in volle lengte zichtbaar (figuur 1 linker foto). De normale donkergrijze kleur was ongeveer in het midden van de linkerflank verkleurd naar geel, misschien omdat hier de opperhuid was verdwenen, misschien ook vanwege rotting, misschien omdat het dier op deze plek was geraakt door een schip en misschien ook wel door een combinatie van deze drie factoren. Het kadaver was duidelijk aan het rotten, niet alleen gezien de verkleuring maar ook omdat het flink boven het wateroppervlak uitstak. Een week na de eerste melding dreef het kadaver meer op zijn rug dan op zijn zij en bolden buik en vooral keel op, de buik vanwege rotting in de darmen, de keel misschien wel vanwege de rottende tong (figuur 1 rechter foto). De gehele onderzijde was nu roestbruin. Hoewel het niet makkelijk te zien is, zijn op 7 augustus de beide onderkaakhelften nog 'bij elkaar' en zijn de baleinen nog in de bovenkaak aanwezig; een week later, op 15 augustus, bungelen beide onderkaakhelften los in het water en lijken de baleinen weg te zijn. Op de eerste foto van 7 augustus waren er zo'n 150 noordse stormvogels om het kadaver heen verzameld.

Figuur 1. Foto's van de gewone vinvis op 7 augustus (linker foto, gemaakt door de kustwacht) en 15 augustus (rechter foto, gemaakt door Dolph Kamphuis)

Figuur 1. Foto's van de gewone vinvis op 7 augustus (linker foto, gemaakt door de kustwacht) en 15 augustus (rechter foto, gemaakt door Dolph Kamphuis)

Wij hebben aan de kustwacht gevraagd om indien mogelijk ook op de volgende dagen de posities van het kadaver door te geven, zodat de route kon worden gevolgd. De reststroom voor de Nederlandse kust is noordoost gericht, dus het lag voor de hand dat het kadaver zich ook in die richting zou verplaatsen. Met behulp van foto's hoopten we het afbraakproces te kunnen volgen. Er is niet veel bekend over snelheid en volgorde van verval van dode walvissen. We verwachtten dat als eerste de baleinen uit de kop zouden vallen en vervolgens de hele kop er zou afvallen, mits het kadaver daar de tijd voor zou krijgen, want daarvoor moet de rotting een eind op weg zijn.

Figuur 2. Posities, met datum (in zwart) en de afstand (in kilometers, in rood) van de gewone vinvis in augustus 2017, vanaf eerste dag van melden op 7 augustus tot en met dag van stranden op 20 augustus.

Figuur 2. Posities, met datum (in zwart) en de afstand (in kilometers, in rood) van de gewone vinvis in augustus 2017, vanaf eerste dag van melden op 7 augustus tot en met dag van stranden op 20 augustus.

Dankzij diverse kapiteins en de kustwacht zijn van vier verschillende dagen meldingen ontvangen, mét posities. Wij hebben de posities op een kaart ingetekend en de afstanden berekend (figuur 2). De eerste week verplaatste de walvis zich in oostzuidoostelijke richting met een gemiddelde snelheid van slechts 6 kilometer per dag. In die periode was de wind steeds zwak en kwam de wind uit variabele richtingen, zij het met een duidelijke westcomponent. Daarna ging het inderdaad noordoostwaarts (bij een zwakke wind uit ZZW), eerst heel traag, gemiddeld 3 kilometer per dag, daarna steeds sneller, totdat de walvis de laatste dagen een sprint inzette en met gemiddeld maar liefst 23 kilometer per dag voortraasde. Vanaf 17 augustus was de wind krachtig, ZW tot WZW 5-6 Beaufort.

Op 20 augustus spoelde de walvis aan op Texel bij strandpaal 17, juist ten zuiden van De Koog. Eenmaal gestrand was de walvis natuurlijk niet meer zo fraai, alleen nog maar een hoop rottend vlees. Het dier, een vrouwtje, was ruim 18 meter lang – de schatting op zee van 20 meter was dus bijzonder goed! In het midden vertoonde de walvis een knik en precies daar waren ook ribben en wervels gebroken. Bovendien was er geronnen bloed in de buikholte. Dit zijn duidelijke aanwijzingen dat de vinvis bij leven is aangevaren en als gevolg daarvan is overleden. Of het dier daarvoor al in slechte conditie was en bijvoorbeeld ziek aan het oppervlak dobberde was niet meer te zien, maar de maag en darmen waren goed met krill gevuld, wat suggereert dat het de walvis tot aan de aanvaring voor de wind is gegaan.

Figuur 3. Gewone hoop vormeloze vinvis op het strand op Texel. Let ook op het bordje 'besmettingsgevaar' links. Foto: Mardik Leopold

Figuur 3. Gewone hoop vormeloze vinvis op het strand op Texel. Let ook op het bordje 'besmettingsgevaar' links. Foto: Mardik Leopold

Sinds eind jaren ‘90 lijkt het steeds gewoner te worden dat gewone vinvissen aanspoelen. Zie hiervoor het gehele artikel op walvisstrandingen.nl

Guido Keijl
Guido Keijl werkt bij Naturalis en beheert de website Walvisstrandingen.nl

Interview met Ana Mafalda Tomás Correia, Principal Investigator CETUS-project

Ana Mafalda Tomás Correia wilde van jongs af aan al met zeezoogdieren werken. Haar passie ontstond al toen ze 8 jaar oud was. Ze deed haar bachelor-opleiding in Aquatische wetenschappen. Tijdens haar vervolgstudie kreeg ze de kans om zeezoogdieren te monitoren in Italië. Ze zegde meteen haar baan bij een ecofysiologisch lab op en ging met 21 jaar haar droom verwezenlijken in Savona (Italië) bij de CIMA Research Foundation. Haar supervisor daar moedigde haar aan om haar Masterthesis te schrijven over het monitoren van zeezoogdieren. Samen kwamen ze op het idee om een gebied te onderzoeken dat nog nooit eerder is onderzocht: het offshore-gebied tussen continentaal Portugal en Madeira.


Hoe het begon…

“We wilden de minst onderzochte gebieden bekijken en het gebied tussen Continentaal Portugal en Madeira leek hiervoor erg geschikt. Het onderwaterlandschap met de ‘sea mountains’ of bergen op de zeebodem hebben vaak een interessant effect op het zeeleven.” Ana Mafalda ging daarom op zoek naar schepen die dit gebied zouden bevaren. Haar supervisor kwam met het voorstel om met vrachtschepen samen te gaan werken, aangezien hij deze elke week weer in de havens van Madeira zag. Dus stuurde ze in 2011, als masterstudent, een mail naar TRANSINSULAR met de vraag of zij en haar collega’s als spotters mee mochten varen op de schepen richting Madeira. TRANSINSULAR stemde hier direct mee in, dus in de zomer van 2012 begonnen ze met het monitoren op de route van continentaal Portugal naar Madeira. _“Ik ging mee met elke tocht,

samen met andere vrijwilligers van mijn faculteit. Iedereen wilde mij graag helpen en betrokken zijn bij mijn onderzoek. Het idee achter het monitoren was om de aanwezigheid van zeezoogdieren te relateren aan de habitatkenmerken. Op deze manier kon de habitatsvoorkeur en de verspreiding over het gebied gemodelleerd worden. Dit project begon als een masterthesis en is steeds groter geworden. Onze routes zijn uitgebreid met de route naar de Azoren in 2014 en de route naar Kaapverdië, die ook naar de Canarische Eilanden en Mauritanië vaart in 2015. Dit is ook het jaar dat mijn PhD is begonnen met de supervisors Isabel Sousa Pinto (CIIMAR), Graham Pierce (CSIC) en Massimiliano Rosso (CIMA). We werken nu ook samen met Rui Caldeira van Observatório Oceânico da Madeira en uiteindelijk is de veerpontroute tussen Madeira en Porto Santo vorig jaar gestart!”_

CETUS-project vandaag…

Het CETUS-project wordt geleid door "The Interdisciplinary Centre for Marine and Environmental Research (CIIMAR, Porto)" en vindt plaats in samenwerking met andere Europese onderzoekscentra. Bovendien heeft het CETUS-project een samenwerking met TRANSINSULAR, een Portugees bedrijf voor vrachtschepen en maritiem transport. Deze vrachtschepen dienen als platform voor de zeezoogdiersurveys van het project. Jaarlijks doet het CETUS-project internationaal een oproep aan vrijwilligers die mee willen doen aan het programma. Als de vrijwilligers eenmaal in Porto zijn krijgen ze een intensieve training voordat ze aan boord gaan. Vervolgens gaan ze in teams van een vrijwilliger die al bekend is met het CETUS-project en een nieuwe vrijwilliger aan boord op een van de drie routes van de vrachtschepen. “We geven ook natuureducatie op scholen waarbij we de bescherming van het mariene milieu en zeezoogdieren behandelen. Dit doen we vanwege logistieke redenen vooralsnog alleen in Porto, maar we zijn van plan dit uit te bereiden en te verbeteren!”.

Het leven van een wetenschapper op een vrachtschip

Het leven op een vrachtschip is anders dan het leven aan land. Ana Mafalda legt uit dat de crew erg vriendelijk is. Soms helpen ze zelfs met het spotten van zeezoogdieren! Ze vindt het een geweldige ervaring: “Je ontmoet mensen met een heel andere achtergrond waarvan je veel kunt leren. En je kunt de crew lastig vallen met de bescherming van het milieu en uiteindelijk levert dat ook wat op! Je kunt wel nagaan dat je, als je sinds 2012 elk jaar aan boord bent met vaak dezelfde crew, veel vrienden maakt. En ze luisteren ook nog eens naar je, waardoor je bewustzijn creëert aan boord. Dat is heel belonend!” Wat betreft de waarnemingen wordt er een groot aantal soorten op deze routes gespot. De waarnemingen variëren: van dichtbij tot ver weg, met een duur van maar een paar seconden tot een paar minuten lang, walvissen die volledig uit het water springen, duizenden dolfijnen of slechts een kleine rugvin uit het water die bijna onmogelijk is om te spotten. “Andere vrijwilligers hebben bijvoorbeeld bultrugwalvissen gezien die volledig uit het water sprongen en orka’s. Ik heb nooit zoveel geluk gehad!” Het ligt heel erg aan het gedrag van het zeezoogdier aan het wateroppervlakte en de weersomstandigheden of zeezoogdieren gespot worden. Als er bijvoorbeeld veel wind is met hoge golven, dan is het erg moeilijk om de “blows” van de walvisachtigen te zien. Bij weinig wind en als er geen golven zijn dan kun je

Atlantische gevlekte dolfijn © Agatha Gil

Atlantische gevlekte dolfijn © Agatha Gil

de zeezoogdieren van heel ver zien en is er een grotere kans ze te spotten. “Het monitoren zelf is wel erg zwaar! Je moet de hele dag staan: van zonsopgang tot zonsondergang met alleen pauzes tijdens de lunch en het avondeten. Soms met de hete zon op je hoofd, of veel wind… dus het vergt veel van je, zowel fysiek als mentaal.” Soms worden de spotters zeeziek en dan is het even doorbijten, want ze zijn vaak dagen tot zelfs een week onafgebroken op zee zonder dat ze land zien! “Offshore kun je allerlei weersomstandigheden verwachten, dus het is vrijwel onmogelijk om in al die omstandigheden niet één keer in je leven zeeziek te worden! We hebben soms erg goed weer, maar we hebben ook een keer 10 meter hoge golven gehad!” Het is dus niet altijd een pretje.

De verzamelde data…

De samenwerking met vrachtschepen maakt het mogelijk om erg veel gegevens te verzamelen. Tot nu toe zijn er 26 verschillende soorten zeezoogdieren waargenomen, waarbij de hoogste soortendiversiteit te vinden is op de route naar Kaapverdië. Alle data wordt gebruikt voor Ana Mafalda’s PhD, maar ze deelt haar data graag met andere studenten die bijvoorbeeld een bachelor- of masterthesis over dit onderwerp willen schrijven. Momenteel begeleidt ze al enkele studenten bij hun afstudeeronderzoek. De gegevens worden ook verstrekt aan organisaties die op zoek zijn naar informatie ten behoeve van 'marine conservation'. De data van 2012-2015 zijn open source en te vinden op de website van het Observatorio Oceanico da Madeira. Verdere publicaties staan in de planning.

Atlantische gevlekte dolfijnen © Fadia Al Abbar

Atlantische gevlekte dolfijnen © Fadia Al Abbar

De uitdagingen van dit project

Omdat de vrachtschepen vaste routes volgen, is het niet mogelijk om bij een waarneming even te stoppen om het dier te benaderen. Hierdoor zijn de verzamelde gegevens altijd beperkt. Bovendien kunnen ze bij slecht weer de zeezoogdieren ook niet spotten. Ten slotte varen de boten ook stukken van de route nachts, en ook dan kan er niet gespot worden. Maar over het algemeen wegen de voordelen zwaarder dan de nadelen: “Dit is natuurlijk de beperking van onze opportunistische werkwijze, waarbij we al bestaande, niet op onderzoek toegespitste platforms gebruiken. Je hebt geen geplande surveys en bent minder flexibel, zowel in tijd als routes. Maar in ruil daarvoor zijn onze kosten erg laag; anders zou het onmogelijk zijn alles te betalen!” In de termen van logistiek kan het soms ook lastig zijn. “In de zomer voel ik me meer een secretaresse die alles organiseert dan een wetenschapper! We ontvangen talloze vrijwilligers van over de hele wereld. Ik moet de boarding van de schepen regelen, een huis vinden voor de vrijwilligers in Porto, het huis klaar en leefbaar maken, alle papierwerk en verzekeringen in orde brengen,….en natuurlijk fondsen zoeken voor het project. Dit is altijd het lastigst, maar dat geldt denk ik voor elke wetenschapper.”

De doelen en toekomstplannen voor het CETUS-project

Dankzij de fantastische en steeds sterker wordende samenwerking die het CETUS-project sinds 2012 heeft met TRANSINSULAR kan dit project doorgaan en heeft het goede toekomstperspectieven. Het project dat begon met slechts een e-mailtje, is erg snel gegroeid. Vandaag de dag solliciteren jaarlijks veel studenten om mee te doen met de surveys op vrachtschepen. “Het jaarlijkse aantal sollicitanten is echt niet te geloven!” Daar bovenop willen vrijwilligers van voorgaande jaren vaak het jaar erop nog een keer mee doen met de surveys. Het is dan ook de intentie van het CETUS-projectteam om het project voort te zetten om ook langetermijndata te verzamelen en nieuwe routes aan het project toe te voegen. “Naast dat we studenten de kans geven om met zeezoogdieren te werken en op schepen veldwerk te doen, hun universiteitswerk te doen, kunnen we verder gaan met het verzamelen van data om deze gebieden beter te managen en bij te dragen aan bescherming van het mariene milieu. Het doel is om uiteindelijk distributie in tijd en ruimte van zeezoogdieren in Macronesië in kaart te brengen en zodoende inzicht te krijgen in de habitatvoorkeur van deze zeezoogdieren. Het einddoel is om een robuust model te creëren voor de meest voorkomende soorten. Hierbij willen we alle data en resultaten ter beschikking blijven stellen voor managementinstrumenten en zo bijdragen aan marine conservation. We hebben voor een aantal Europese rapporten op het gebied van mariene natuurbescherming (o.a. ASCOBANS, ICES, het Portugese EBSAS) alle data al vrijgegeven.”

Mocht u op de hoogte willen blijven...

Mocht u op de hoogte willen blijven van de ontwikkelingen rondom dit project, like dan de Facebookpagina of neem een kijkje op de website van het CETUS-project. Deelnemen aan het CETUS-project is elke zomer mogelijk! Het vrijwilligers programma biedt twee periodes van 2,5 maand aan. Vrijwilligers kunnen minimaal 1,5 maand aan boord mee varen als zeezoogdierspotters op vrachtschepen op twee van de drie routes. De aanmelding begint ongeveer in april het wordt altijd geadverteerd op de Facebookpagina en op de MARMAM-mailinglijst. Het seizoen begint in juni en eindigt in november.

Fadia Al Abbar

Over Fadia


Ik, Fadia Al Abbar, ben in oktober 2016 afgestudeerd als Msc. Marine Resource Management van de Wageningen Universiteit, gespecialiseerd in mariene ecologie en zeezoogdieren. Na het afstuderen heb ik een tijdje meegeholpen met een project in Madagascar over walvishaaien. Daarna ben ik gaan werken voor het CETUS-project. Momenteel vaar ik mee met de vrachtschepen om de determinatie van zeezoogdieren beter onder de knie te krijgen, en daarnaast help ik Ana Mafalda met het organiseren van de database. Hiervoor heeft Ana Mafalda mij getraind. Ik heb nu de routes naar Kaapverdië, Azoren en Madeira achter de rug. Ook ik vind deze manier van data verzamelen erg leuk en leerzaam. Je maakt veel mee op zo’n tocht en het is echt een unieke ervaring. Ik blijf hier werken tot het eind van het seizoen en wat ik daarna ga doen is nog onbekend, maar ik hoop verder te kunnen gaan met het onderzoeken van zeezoogdieren.

ORCA & sightings 2017

ORCA is een Engelse soortenbeschermingsorganisatie die zich bezig houdt met de langdurige bescherming van walvissen, dolfijnen en bruinvissen (alle walvisachtigen), en hun leefgebieden in de Britse, Europese en aangrenzende wateren.

Het educatiecentrum

Het educatiecentrum

Een van de zwaartepunten is de monitoring van zeezoogdieren. Daarvoor worden op verschillende ferry- en cruiseschepen surveys uitgevoerd door Wildlife Officers en een groot netwerk van vrijwilligers die zijn getraind in de identificatie van walvisachtigen. In januari 2017 heeft ORCA het eerste verslag over de 'Status van de Europese walvisachtigen' gepubliceerd. Voor dit rapport zijn de gegevens van de afgelopen tien jaar geanalyseerd, die 376 surveys en 42817 walvissen, dolfijnen en bruinvissen omvatten! Het andere zwaartepunt van ORCA’s soortenbeschermingswerk is natuur- en milieueducatie.

ORCA werkt ook al meer dan 10 jaar met DFDS. Op de DFDS ferry King Seaways, die vanuit IJmuiden naar Newcastle vertrekt, zijn er gedurende de zomermaanden, van maart tot en met eind september, Wildlife Officers aan boord. De ORCA Wildlife Officers runnen het wildlife centre met verschillende activiteiten en presentaties aan boord van het schip en doen observaties buiten op het observatiedek waar ze de prachtige dieren van de Noordzee spotten en de data over hun distributie verzamelen. U als passagier mag gewoon gratis, zonder aanmelden, naar deze presentaties gaan en ook aan de observaties buiten op het dek deelnemen. De Wildlife Officers zijn altijd blij als er zoveel mogelijk mensen deelnemen en helpen de dieren te spotten.

De soorten die regelmatig worden gespot zijn bruinvissen, witsnuitdolfijnen en dwergvinvissen. In het ORCA wildlife seizoen 2017 hebben de Wildlife Officers in totaal 243 bruinvissen, 58 witsnuitdolfijnen en 10 dwergvinvissen waargenomen! Ook grijze en gewone zeehonden worden gezien (ook midden op zee), alsook andere dolfijnsoorten, zoals tuimelaars of gewone dolfijnen bijvoorbeeld. Gedurende de zomermaanden, vooral juni, juli en augustus heb je de beste kans om de walvisachtigen vanaf de ferry te zien. De Wildlife Officers, die gewoon naast u op het observatiedek staan, helpen u ook graag met het identificeren! Naast de fantastische walvissen, dolfijnen en bruinvissen worden ook heel veel vogelsoorten vanuit het observatiedek gezien, zoals bijvoorbeeld jan-van-genten, drieteenmeeuwen, mantelmeeuwen, grote jagers, stormvogels, papegaaiduikers en zeekoeten!

Bruinvissen

Bruinvissen

Een van de highlights dit seizoen was een prachtige sighting van een dwergvinvis, die in heel rustig water naar het oppervlakte kwam. Daar kon je hem niet ver van het schip heel goed bekijken. Een andere heel leuke waarneming was die met een groepje witsnuitdolfijnen, waarvan er eentje tien keer heel hoog uit het water sprong. Echt geweldig!

Witsnuitdolfijn

Witsnuitdolfijn

Als u meer over ORCA, de Wildlife Officers en hun sightings aan boord wilt weten, kom dan even langs op hun wekelijkse blog of bezoek de website

Julia Kestler
ORCA North Sea Wildlife Officer

Seal behaviour in the Dollard Estuary

Research by Sealcentre Pieterburen

A lone common seal pup is always in need of rehabilitation. A point of view that saved the life of hundreds of orphaned common seals in times when seals numbers were heavily under pressure in the Wadden Sea. Fortunately, today thousands can be seen again. The Sealcentre in Pieterburen has set out to determine the factors in which seals still benefit from rehabilitation in the current situation and in which cases they do perfectly well on their own. One of the centre’s research on the bond between mothers and pups had such remarkable results that it attracted the attention of the University of Groningen and has greatly affected the Sealcentre’s policy.

The current criterion for when a common seal pup is considered orphan and could be considered for rehabilitation is: observed for two hours without the mother, or showing any signs of injuries, isolation, or other discomfort (as stated in the “Leidraad opvang gewone en grijze zeehonden”, 2013). However, studies done mostly on Sable Island, Canada, suggest that common seals can leave their pups alone for much longer. No extensive study on their mother-pup behaviour has been done with the current number of seals in the Netherlands.

Margarita Mendez-Arostegui and Beatriz Rapado-Tamarit

Margarita Mendez-Arostegui and Beatriz Rapado-Tamarit

Although they studied in different places, Margarita Mendez-Arostegui and Beatriz Rapado-Tamarit both started volunteering at the Sealcentre in Pieterburen around the same time after getting a Master in biology. They were offered jobs at the centre and worked in the sealcare department for a few years. “Learning how to identify when a seal is in need and learning how to handle these predators is a greatly rewarding experience” and “at the same time, you want them to stay in the sea as much as possible and seeing how strong they are leaves you wondering when they should be left in the wild”. This was their motivation for jumping to the opportunity to study wild seals in the Eems Dollard, an area used by common seals as nursing ground.

Considering experience and findings from previous studies in that area that focussed only on disturbance behaviour, they initially set out to develop the method to determine how long seal mothers leave their pups alone. After the first season of spending days in a row from sunrise to sunset behind a wall on the dike next to the seals the results of their pilot study were clear: seal mothers in the Dollard area leave their pups alone regularly, yet the pups nurse from multiple females in the area. With these initial findings professor in behavioural biology and director of the GELIFES Institute Ton Groothuis of the University of Groningen was impressed and intrigued. Methods and aims for the next field studies were set under his supervision.

Suckling behaviour

Suckling behaviour

The method applied from the start from the study is continuous focal sampling of individually identified animals. Each common seal has a unique spot pattern, which is both visually as well as software confirmed. It allows the researchers to know exactly which seal mother has given birth to which pup and which pup she nurses. The results from 2015 show that from a sample of 78 pups, only 57.7 % was nursed by 1 female only, but the rest were nursed at least by 2 to even 6 different females. A similar analysis was made from the females’ perspective, showing that only 43.1 % of them nursed one pup only. The remaining 56.9 % of the females nursed from 2 pups to a remarkable number of 18 different pups!

The findings of the following field seasons were even more remarkable and Beatriz and Margarita will present these on the Zeezoogdierdag 2018. Meanwhile, the publication of the results is also underway and the results have been featured in a mini documentary which attracted the attention of the national newsshow “EenVandaag”. The researchers and the Sealcentre are convinced that these findings will lead to a change in policy that fits the current seal population and knowledge better. In the end, the best place for a seal is in the sea.

Sander van Dijk
Sander is Hoofd content & educatie Zeehondencentrum Pieterburen

All pictures of this article © Sealcentre Pieterburen. Look also at: Video on behavioural research by Sealcentre Pieterburen


Een dag uit het leven van een zeehondenverzorger

in het zeehondencentrum A Seal te Stellendam

Waregem, België, 19u30: Afscheid nemen van vrouw en dochter, hond in de wagen en daar ga ik weer, richting Stellendam om er mijn job uit te voeren als Teamleider Zorg. Tijdens de lange rit denk ik terug aan een kleine 3 jaar geleden toen ik in A Seal stage liep in het kader van mijn opleiding Dierenzorg - Zeezoogdieren aan de Hogeschool van Gent. Ondertussen is er al zo ontzettend veel veranderd en geoptimaliseerd geworden: we zijn bijna 300 zeehonden verder, de verblijven voor de dieren zijn helemaal verbouwd; de viskeuken is efficiënt en professioneel ingericht; naast het bestuur is er nu een dagelijkse staf die bestaat uit een bedrijfsleider, een dierenarts als Hoofd Zorg en 2 teamleiders Zorg; onze Expo ziet er gewoonweg schitterend uit, dagelijks kunnen de zeehonden rekenen op een team trouwe en gemotiveerde vrijwilligers en elke dag komen er talrijke bezoekers over de vloer. Maar we zitten niet stil want waar veel enthousiaste mensen samenwerken worden allerlei nieuwe plannen voor de toekomst gemaakt!

22u: Aangekomen in “The haul out” in Stellendam, het huisje dat A Seal huurt voor stagiaires en gasten en waarin ook ik een kamer betrek. Koffers uitladen, koelkast vullen en de hond uitlaten aan de Haringvliet of in de haven van Stellendam. Jaren terug kwam ik hier ook al, gewapend met camera en verrekijker om deel te nemen aan boottochten om bruinvissen en zeehonden te spotten. Via die weg heb ik voor het eerst over A Seal gehoord.

De volgende dag vroeg uit de veren want om 7 uur komen de eerste vrijwilligers al aan. Bij een kop koffie of warme chocolademelk informeer ik de vrijwilligers over de planning van vandaag en de conditie van de zeehonden. Wie gaat er vandaag in de quarantaine werken? En wie in de binnenbaden of viskeuken? Wie gaat voeren? Is er wondverzorging? Moeten er dieren gewogen of verhuisd worden? Is er een nieuwe vrijwilliger of stagiair die moet opgeleid worden? Zijn er specifieke symptomen waaraan extra aandacht moet besteed worden? Elke dag is hier anders en dat maakt het net zo boeiend! Je werkt met pups, dan weer met volwassen dieren; met doodzieke zeehonden of gezonde dieren die enkel van de moeder gescheiden geraakt zijn; de ene dag werk je hoofdzakelijk in zorg maar de volgende dag voer je vooral gesprekken met vrijwilligers, bezoekers of studenten. Er komen nieuwe dieren aan, soms moeten er spoedinterventies gebeuren, wanneer de zeehonden weer gezond en helemaal aangesterkt zijn gaan ze terug naar de Noordzee. Elke dinsdag hebben we teamvergadering; soms volg je een opleiding… Afwisseling genoeg als zeehondenverzorger!

Het is 10 uur: alle dieren zijn gevoerd geworden en de verblijven liggen er weer netjes bij. Tijd voor pauze! Of toch niet… want terwijl ik me omkleed word ik gebeld door de EHBZ, de organisatie die gestrande zeezoogdieren van het strand haalt en naar de opvangcentra brengt. Er is een melding van een zeehond op het strand van Renesse. Vermoedelijk een ziek dier dat last heeft van longwormen. Ze gaan een kijkje nemen en houden me op de hoogte. Ondertussen bereiden we al alles voor in geval dat de zeehond bij ons zou binnengebracht worden.

Onze vrijwilligers gaan na de welverdiende rust weer aan het werk. Er is zoveel afwas en vuile was, de zeehonden uit het grote buitenbad moeten vandaag gewogen worden en het is stilaan alweer tijd voor de volgende voeding. Altijd werk aan de winkel hier!

10u45: EHBZ heeft bevestigd dat ze de zeehond komen brengen. Een gewone zeehond, mager dier met bloed aan de bek, benauwde ademhaling en hoest. Klinkt als een longwormpatiënt – logisch voor deze tijd van het jaar. Bij aankomst volgt de intakefase waarin verschillende parameters genoteerd worden: geslacht, lichaamstemperatuur, gewicht, lichaamsafmetingen, beschrijving van de symptomen en alvast een eerste keer vocht toedienen via een sonde.

Dierenarts Machteld en Teamleider Vincent onderzoeken een zeehond terwijl een andere zeehond aandachtig toekijkt.

Dierenarts Machteld en Teamleider Vincent onderzoeken een zeehond terwijl een andere zeehond aandachtig toekijkt.

De zeehond is er niet goed aan toe… 40 graden koorts, erg benauwd, bloed ophoesten en daarbij nog een geïnfecteerde wond aan de achterflipper. Ik overleg meteen met onze dierenarts welke medicatie we naast het longwormprotocol gaan moeten toedienen. Daarna brengen we onze nieuwe patiënt naar de quarantaine waar hij minimum 21 dagen zal verblijven.

12u30: Nadat de zeehonden gevoerd werden is het ook onze beurt. Tijdens de middagpauze vertellen de vrijwilligers opgetogen en vol vuur over al het werk dat ze gedaan hebben en lichten mij in over alles wat ze opgemerkt hebben (moeilijk eten, diarree, een wond, hoesten, weer een zeehond erbij die zelfstandig eet enz.).

14u: Aflossing van de wacht. De ochtendploeg gaat naar huis en de namiddagploeg komt eraan. Schoonmaken, voedingen voorbereiden en klaarmaken, zeehonden voeren, wassen en plassen… dat doen we hier de klok rond.

Oei! Het is al 17 uur en ik moet nog de voedingslijst voor morgen opstellen, medicatie voor de nieuwe zeehond klaarzetten, mails beantwoorden en de stagiair heeft nog een hele lijst met vragen. Ik zal weer niet alles kunnen afgewerkt hebben vandaag, maar gelukkig is er morgen weer een dag met ijverige vrijwilligers voor schitterende maar hulpbehoevende zeehonden.

18u: Vanavond kan ik de fakkel overdragen aan een dienstverantwoordelijke. Ze is een heel ervaren vrijwilliger dus met een gerust hart kan ik naar huis - maar vooraleer ik de A Seal-deur achter mij dichttrek ga ik eerst nog eens langs de quarantaine om onze nieuwe zeehond te checken. Wat ziet hij er beroerd uit! Ook voor deze gaan we met ons hele team alle zeilen bijzetten zodat hij binnen zo’n 3 maanden gezond en wel terug naar zee kan. En daar doen we het voor, dag na dag!

Vincent Serbruyns
Vincent is Teamleider Zorg bij A Seal

Meer info over A Seal? Kijk dan bij www.aseal.nl


Monitoring van zeezoogdieren in België

In België is het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) verantwoordelijk voor de coördinatie van het wetenschappelijk onderzoek van beschermde mariene diersoorten. De activiteiten van dit instituut spitsen zich vooral toe op zeezoogdieren, maar ook aangespoelde beschermde soorten uit andere diergroepen, met uitzondering van vogels, worden behandeld. Het KBIN neemt in dit kader deel aan het internationaal overleg, onder meer binnen de overeenkomst ter bescherming van kleine walvisachtigen ASCOBANS en de Europese Habitatrichtlijn. Het onderzoek van vogels en van commerciële vissoorten worden respectievelijk opgevolgd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO).

Onderzoek naar zeezoogdieren in België

Alle zeezoogdieren genieten wettelijke bescherming in België, en mogen dus niet opzettelijk worden verstoord, gevangen of gedood. Aangespoelde dieren moeten aan de bevoegde overheidsdienst worden gemeld. Medewerkers van het KBIN zorgen ervoor dat een selectie van de gestrande en incidenteel gevangen dieren verzameld wordt. Jaarlijks spoelen 50 tot 200 zeezoogdieren aan, vooral bruinvissen. Het onderzoek van zeezoogdieren is belangrijk, gezien het ons informatie

Narwal © Jan Haelters/KBIN

Narwal © Jan Haelters/KBIN

geeft over trends in de populaties (aantallen, populatiestructuur, migraties), problemen binnen de populaties (ziektes, bedreigingen, …), het effect van menselijke activiteiten zoals vervuiling, bijvangst, overbevissing van voedselbronnen, geluidshinder …, en uiteindelijk over de toestand van het mariene milieu in het algemeen. De opgedane kennis staat ten dienste van het definiëren van nuttige maatregelen voor de bescherming en het beheer van leefgebieden van onze zeezoogdieren. Hoewel de Belgische wateren met hun oppervlakte van amper 3.600 km² erg klein zijn, en het aantal zeezoogdierensoorten er beperkt is, kan het onderzoek dus toch erg divers genoemd worden.

Publieke en gesloten gegevensbanken

Het opstellen van informatieprogramma’s voor het grote publiek (meldingen van waarnemingen en strandingen, bewustmaking rond de noodzaak aan maatregelen), en voor vissers (bewustmaking, meldingen van bijvangsten en overdracht van bijgevangen dieren) behoort eveneens tot de taken van het KBIN. Informatie over gestrande en bijgevangen zeezoogdieren en een selectie van waarnemingen, worden beschikbaar gemaakt in het ‘open access’ gedeelte van de website over zeezoogdieren, een gemeenschappelijk initiatief van het KBIN en het Departement Morfologie en Pathologie van de Universiteit van Luik. Hier vind je gegevens over alle meldingen van dolfijnen, walvissen en zeehonden die ons bereiken. De focus ligt op de Belgische wateren, maar we werken mee aan het onderzoek van gestrande dieren in Noord-Frankrijk en Nederland.

Reuzenhaai © Jan Haelters/KBIN

Reuzenhaai © Jan Haelters/KBIN

Tot enkele decaden terug werd informatie over aangespoelde zeezoogdieren niet op gestandaardiseerde wijze verzameld. Tegenwoordig worden regelmatig autopsies uitgevoerd voor het bepalen van de doodsoorzaak. Weefselstalen worden verzameld voor verder onderzoek naar gehaltes aan polluenten. Informatie hierover wordt opgeslagen in een ‘gesloten gegevensbank’, waaruit enkel geregistreerde gebruikers gegevens kunnen opvragen. Momenteel werd op deze manier reeds informatie over meer dan 25.000 weefselstalen uit België en Frankrijk verzameld.

Praktische informering van het publiek

Het KBIN heeft een nationaal netwerk uitgebouwd voor de interventie bij strandingen. Hieraan werken onder meer wetenschappelijke instituten mee, naast overheidsdepartementen, kustwacht, de diensten van de kustgemeenten en vrijwilligers. De website over zeezoogdieren bevat bijkomende informatie over wat het publiek kan doen bij het waarnemen van een gestrand zeezoogdier en andere dieren, en welke dienst eventueel moet worden gecontacteerd. Deze informatie werd samengevat in een Kustwacht-brochure die momenteel up to date gebracht wordt.

Bruinvis © Jan Haelters/KBIN

Bruinvis © Jan Haelters/KBIN

Tot slot worden sinds 2014 ook jaarlijks samenvattende rapporten opgesteld voor het informeren van alle partners, medewerkers en het grote publiek. Deze rapporten bevatten informatie over de waarnemingen en strandingen van zeezoogdieren in België, en gaan kort in op de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Men kan deze rapporten downloaden op www.marinemammals.be/reports, waar ook een korte samenvatting van het rapport 2016 werd gepubliceerd.

Kelle Moreau & Jan Haelters
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

kmoreau@naturalsciences.be
jhaelters@naturalsciences.be

www.marinemammals.be
Internationale verdragen


Nieuwe rivierdolfijn ontdekt in de Amazone

Op 31 augustus jl. kwam het Wereldnatuurfonds met het nieuwsbericht dat tijdens een expeditie in Amazonegebied veel nieuwe soorten waren ontdekt. Misschien wel het meest aansprekend was de beschrijving van een nieuwe rivierdolfijn, wat vervolgens door veel media werd opgepikt.

Soortvorming bij walvisachtigen is een interessant fenomeen. In de mariene omgeving waarin zij leven is immers een gebrek aan geografische barrières, zo zijn er bijvoorbeeld geen bergketens of rivieren die een belemmering vormen en populaties van elkaar scheiden. Daarnaast kunnen de meeste walvisachtigen in potentie gigantische afstanden afleggen, wat het afsplitsen van populaties verder beperkt. Wel zijn er natuurlijk de continentale landmassa's die uitwisseling van genetisch materiaal tussen populaties aanzienlijk beperken. Daarnaast zorgt het migratiepatroon van veel soorten baleinwalvissen, welke in de zomer naar fourageergebieden dichter bij de polen en in de winter richting de evenaar naar de paargronden migreren, voor een gespiegelde verplaatsing in het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Hierdoor mengen populaties ten zuiden van de evenaar (vrijwel) niet met populaties ten noorden van de evenaar.

Verspreidingskaartje rivierdolfijnen Zuid Amerika © PLOSone

Verspreidingskaartje rivierdolfijnen Zuid Amerika © PLOSone

Een uitzondering hierop, vormen de rivierdolfijnen. Deze komen voor in de Ganges (Azië), de Amazone en de Orinoco (Zuid-Amerika) en in de Yangtze (China). Van de Yangtze rivierdolfijn, ook wel baiji genoemd, wordt inmiddels aangenomen dat deze uitgestorven is. Vanwege de grote morfologische gelijkenissen dacht men tot voor kort dat al deze soorten tot dezelfde familie Platanistidae behoorden. Tegenwoordig ziet men de rivierdolfijnen echter als een schoolvoorbeeld van convergente evolutie, waarbij de dolfijnen onafhankelijk van elkaar analoge eigenschappen hebben ontwikkeld doordat zij in een soortgelijke omgeving in dezelfde ecologische niche leven. Verschillende soorten rivierdolfijnen worden tegenwoordig daarom dan ook in meerdere families ingedeeld.

Binnen de Amazone worden verschillende groepen (of populaties) rivierdolfijnen geografisch van elkaar gescheiden door watervallen, stroomversnellingen, riviervertakkingen en tegenwoordig ook door menselijke activiteiten en de bouw van stuwdammen. Twee van deze groepen worden gezien als ondersoorten, of misschien zelfs op zichzelf staande soorten, de Inia geoffrensis en de I. boliviensis. Tijdens een recent onderzoek, welke al in 2014, dus ruim voor het bericht van het WNF werd gepubliceerd, is voorgesteld om daar een nieuwe soort aan toe te voegen, in het Araguaia-Tocantins rivierbassin. Dit bassin is niet direct verbonden is aan het leefgebied van de I. geoffrensis en de I. boliviensis.

Verwantschap en afstamming Cetacea op basis van mitochondriaal DNA © PLOSone

Verwantschap en afstamming Cetacea op basis van mitochondriaal DNA © PLOSone

Voor onderzoek naar soortvorming bij walvisachtigen is het vaak gecompliceerd om onderzoek te doen naar morfologische verschillen. Zo hebben osteologische specimens (skeletdelen) vaak kolossale afmetingen, is men afhankelijk van gestrande dieren ofwel bijvangst, zijn er vaak relatief weinig individuen in een groot gebied en zijn de afstanden tussen populaties vaak groot wat het verzamelen van voldoende specimens verder bemoeilijkt. Andere benaderingen, zoals genetische moleculaire methoden, bieden dan een uitkomst: samples kunnen van levende dieren genomen worden en gemakkelijk uitgewisseld worden tussen verschillende laboratoria. Daarbij kunnen de potentiële problemen van morfologische gelijkenis veroorzaakt door convergente evolutie omzeild worden.

De Inia dolfijnen uit het het Araguaia-Tocantins bassin bleken tijdens dit onderzoek kleine morfologische verschillen te vertonen, en ook genetisch gezien verschilde deze populatie van de I. geoffrensis en de I. boliviensis. Er werd hierbij gekeken naar zowel nucleaire markers (stukjes DNA uit de celkern, welke een individu van beide ouders ontvangt), als naar mitochondriale DNA, welke alleen vanuit de moeder overgeërfd wordt. Deze twee verschillende methoden vormen twee verschillende lijnen van bewijs en lieten beide zien dat de Inia uit het Araguaia-Tocantins bassin aantoonbaar verschilt van I. geoffrensis en de I. boliviensis. De genetische analyses geven ook een schatting wanneer deze nieuwe soort is afgescheiden van de laatste gezamenlijke voorouder met I. geoffrensis, zo'n 2.08 miljoen jaar geleden. Dit valt samen met geologische schattingen wanneer het Araguaia-Tocantins rivier bassin is afgescheiden van het Amazone-bassin. De onderzoekers stellen vervolgens voor om de Inia uit het Araguaia-Tocantins rivier bassin te erkennen als nieuwe soort, de Inia araguaiaensis.

Holotype schedel van de nieuwe soort Inia araguaiaensis © PLOSone

Holotype schedel van de nieuwe soort Inia araguaiaensis © PLOSone

Het staat buiten kijf dat de dolfijnen in het Araguaia-Tocantins-bassin anders zijn dan de tot nu toe bekende soorten I. geoffrensis en de I. boliviensis. Maar dit hoeft niet per se te betekenen dat deze populatie dolfijnen als nieuwe soort erkend moet worden. Daarnaast kun je je afvragen hoe relevant het nou eigenlijk is om een populatie te erkennen als soort, ondersoort of gewoonweg als een populatie op een andere plek. In de wetgeving betreffende milieubescherming van vele landen, alsmede in vele verdragen, verdienen organismen een hogere beschermingsstatus wanneer ze erkend worden als soort of ondersoort. Veel onderzoekers doen daarom hun uiterste best om de populaties die zij onderzoeken en die vaak onder druk staan door menselijke activiteiten erkend te krijgen als nieuwe soort of ondersoort. Maar dit kan natuurlijk ook als effect hebben dat als uit een later onderzoek blijkt dat een populatie geen (onder)soort betreft, alle beschermingsmaatregelen komen te vervallen. Dit vraagt dus om een compleet andere aanpak: we zouden populatie 'Y' op plek 'X' moeten willen beschermen, niet omdat het een bepaalde rang heeft (ondersoort, soort, enz), maar simpelweg omdat we die dieren graag op die plek zouden willen behouden.

Jeroen Hoekendijk – Marien bioloog

Bericht WNF
Artikel PLOSone


Boeken


Richard Ellis & James G. Mead
Beaked Whales
A complete guide to their biology and conservation
2017. John Hopkins University Press, Baltimore.
194 p. ISBN: 9781421421827 € 46,00

Onlangs zag ik dat er een boek over spitssnuitdolfijnen is verschenen. Er zijn niet zoveel boeken die alleen op deze familie van walvissen betrekking hebben. Daarom heb ik het 194 pagina’s tellende boek direct besteld. Alle nu bekende spitssnuitdolfijnen worden op alfabetische volgorde van wetenschappelijke naam besproken. De beschrijvingen van de 22 soorten worden begeleid met een paginagrote illustratie van de soort en soms met een foto. Omdat de onderkaak van spitssnuitdolfijnen specifieke kenmerken bevat is ook hiervan een tekening bij elke soort aanwezig. Na de gedetailleerde beschrijvingen van alle spitssnuitdolfijnen volgen een aantal hoofdstukken die net zo interessant zijn. Deze gaan over de classificatie, het voorkomen van spitssnuitdolfijnen en de tanden van deze zoogdieren. Zo hebben de meeste spitssnuitdolfijnen geen of alleen twee tanden in de onderkaak. De Tasmacetus shepherdi is de uitzondering met een volledig gebit in zowel boven- als onderkaak. De laatste twee hoofstukken gaan over de evolutie en de invloed van de mens. Tot voor kort konden de spitssnuitdolfijnen ongestoord de oceanen bewonen. Slechts twee soorten werden sporadisch bejaagd. Recent vormt de mens echter een ernstige bedreiging door het gebruik van sonar, voor militaire doeleinden en seismologisch onderzoek.

Lambert van Es


Onderkaak van Tasmacetus shepherdi. Afbeelding uit het besproken boek

Onderkaak van Tasmacetus shepherdi. Afbeelding uit het besproken boek



Mark Carwardine
Whale Watching in North America
2017. Bloomsbury, London New York.
paperback: 320 p. ISBN: 9781472930699 € 21,00
ePUB e-book ISBN: 9781472930705 € 19,00

Nieuwe whalewatchgids van Mark Cawardine is absolute aanrader!

Met zijn nieuwe whalewatchguide heeft de Britse Mark Cawardine wederom een topprestatie geleverd. Na een uitstekende inleiding over gedrag en bedreigingen volgen de mooi geïllustreerde veldbeschrijvingen van alle ceteceans die je zo rond Noord Amerika kunt tegen komen. Voor het gemak zijn Canada en Mexico (Baja California) meegenomen. Terecht, want veel soorten zoals de grijze walvis migreren jaarlijks van de Beringzee tot de baaien van Baja California waar ze 's winters hun jongen werpen. Terwijl de wateren bij het Hawaii-eiland Maui 's winters van groot belang zijn voor de bultruggenpopulaties van British Columbia en Alaska.

Voor de echte walvisliefhebbers is deze gids, ook als je thuisblijft, om te smullen. Lees de hoofdstukken over beluga's aan de St. Lawrence River en je krijgt direct zin om af te reizen. Of over de zich bij Maui, Hawaii, voortplantende bultruggen met kans op Hawaiian spinners. Voor een kleinere ecologische footprint kun je beter deze gids gewoon thuis lezen, dat spaart geld en het milieu. Desalniettemin hebben wij de afgelopen 20 jaar een aantal van de door Cawardine beschreven gebieden bezocht. Een mooi moment om de inhoud van deze gids aan te vullen met eigen waarnemingen.

Orka's bij San Juan Island

In zowel 1999 als 2008 trokken we naar San Juan Island voor de orka's. We kampeerden op de State Campground bij Smugglers Cove aan de westzijde van het eiland met uitzicht op het Olympic Peninsula. Een prachtige plek waar met wat geluk de orka's 's zomers dagelijks langs trekken. Je kunt er vanuit Snugg Harbor mooie tochten maken met kleine boten, vanaf de camping kun je ook kajakken. De grotere trips vanaf Friday Harbor zijn massaler en doen korter het goede gebied aan. De orka's van San Juan Island zijn beroemd o.a. vanwege de Free-Willy films waarbij de lokale J-Pod eruit springt. Het is waarschijnlijk de langst en best onderzochte orkagroep die het door klimaatopwarming moeilijk heeft. Dat komt omdat hun hoofdvoedsel uit zalm bestaat en die door het warmer worden van het zeewater

Orka springt bij San Juan Island © Martijn de Jonge

Orka springt bij San Juan Island © Martijn de Jonge

steeds noordelijker van San Juan Island naar de bovenstroomse paaigebieden trekt. Om die reden stappen de leden van de J-Pod soms over op de jacht op zeezoogdieren. Het aardige van San Juan Island is dat je vanaf de vuurtoren bij Lime Kiln uitstekende kansen hebt op orkawaarnemingen. Bij de oude vuurtoren is er een uitstekende relaxte plek om een halve dag aan het water te zitten. Ook mooie kansen op Dall's porpoises, bultruggen en Amerikaanse zeearenden. Lime Kiln is waarschijnlijk één van de mooiste 'land-based' whalewatchplekken ter wereld. Het is bereikbaar met rolstoel en in de vuurtoren is een compact informatiecentrum waar de recente waarnemingen worden bijgehouden. San Juan Island ligt tussen Seattle en Vancouver Island in en behoort tot de USA. Je komt er met de regelmatig varende pont vanuit Bellingham. In Cawardine's gids staan alle ins en outs van San Juan Island uitgebreid beschreven. Alles over de orka's van San Juan Island kun je vinden op www.whaleresearch.com

Grijze walvissen en blauwe vinvissen in Baja California

In 2004 en 2008 gingen we naar Baja California, een tot Mexico behorend schiereiland onder de staat California. Mark Cawardine geeft terecht aan dat dit een van de beste whalewatchgebieden ter wereld is. Je kunt er op de laguna's van Ojo Liebre en San Ignacio de jonge grijze walvissen letterlijk een handje geven. Vaak komen ze naar de lokale vissersbootjes, de Panga's, toe en zijn ze vanaf een halve meter te bekijken. Uitkijken hoe de wind staat want als er een blow komt richting je boot dan krijg je de volle laag en stink je dagen naar de rottende visprut. Het is daarbij de vraag of een moderne digitale camera het zal overleven, want wij maakten diverse 'errors' van Canons mee. De grijze walvissen zwemmen vanuit hun foerageergebieden in het hoge Noorden naar de ondiepe baaien van Baja om te paren en te baren. Ze hebben hier geen last van orka's die het op hun jongen gemunt hebben. Orka's hebben namelijk de gewoonte om in groepen vanuit diep water langstrekkende moeders met kalf te belagen en van elkaar te scheiden. In Monterey Bay, bij Santa Cruz, zijn daar verschillende indrukwekkende video's van gemaakt. Zie o.a.: killer-whales-monterey-bay-humpback-attack-video

Blauwe vinvis met orkatanden in rugvin, Baja California © Martijn de Jonge

Blauwe vinvis met orkatanden in rugvin, Baja California © Martijn de Jonge

Dat orka's geen moeite hebben met grote walvissen bleek ons tijdens een trip in de Sea of Cortez. Een opduikende blauwe vinvis bleek een beet van een orka in zijn rugvin te hebben, maar had de aanval overleefd. Het bijten in de rugvin of staart is een bekende methode van orka's om grote walvissen aan te vallen en ze zo tot stilstand te brengen. Orka's doen in dat opzicht denken aan wolven die een bison aanvallen door stukken uit de rug te happen. Vanwege die jachtmethode worden orka's ook wel de 'Wolves of the Sea' genoemd. De Sea of Cortez is een subtropische zee tussen het Mexicaanse vasteland en het schiereiland van Baja. Het is een van de beste plekken ter wereld om blauwe vinvissen te zien. Maart is dan de beste periode en Loreto de beste uitvalsbasis. Tevens heb je kans om de gewone vinvis, bultruggen en diverse dolfijnen te zien, terwijl ook de plaatselijke avifauna de moeite waard is. Wij reden tweemaal de afstand van San Diego naar San Ignacio en Loreto met de auto over land, en een enkele reis is ongeveer 100 kilometer. Gezien de onveiligheid aan de grenzen van Mexico en de VS is het nu beter om een vliegtuig te nemen vanuit Los Angeles naar Loreto. Alaskan Airlines vliegt die route een paar keer per week met een Boeing 737, zie www.alaskaair.com

Bultruggen en 'Spinner dolphins' bij Maui

Toen we in 2008 op San Juan Island waren vertelde een van de vrijwilligers bij Lime Kiln Point regelmatig over Maui. Hij kreeg een grote grijns op z'n gezicht als hij sprak over Maui, het bultruggenparadijs. Nadat ik alle levende Nederlandse bultruggen gemist had ging ik maart 2009 via Los Angeles naar Maui. Vanuit Lahaina voeren we dagelijks de zee op waar tientallen bultruggen aan het baren en paren waren. Een zeer indrukwekkende belevenis en ook veelsoortig gedrag. Jumps, spyhops en blows wisselden elkaar in hoog

Spyhop door bultrug bij Maui, Hawaii. © Martijn de Jonge

Spyhop door bultrug bij Maui, Hawaii. © Martijn de Jonge

tempo af. Imponerend was de stoet aan hitsige mannetjes bultruggen die in een rij achter vrouwtjes aanzaten, de zee voor ons leek één kolkende massa. Volgens Cawardine neemt de populatie bultruggen die Hawaii in het winter halfjaar bezoekt jaarlijks met 5-6% toe. De totale populatie zou volgens schattingen nu uit ongeveer 10.000 dieren bestaan die jaarlijks migreren vanaf de West Coast naar Hawaii. Leuk is dat je varend vanuit de oude hoofdstad Lahaina ook speciale trips voor "Spinner dolphins" kunt maken. Cawardine noemt het zelfs de beste plek ter wereld voor deze soort. Meer over de walvissen en dolfijnen bij Maui op: www.pacificwhale.org.

Hawaiian Spinner dolphin © Martijn de Jonge

Hawaiian Spinner dolphin © Martijn de Jonge

Goed uitkijken in goede gebieden

Whalewatchtrips zijn altijd beperkt in tijd, wat logisch is want de betrokken clubs willen graag een mooie omzet in het goede seizoen. Het is daarom ook leuk om op vaste punten onbeperkt vanaf de kant te kijken naar walvissen en dolfijnen. Ooit bracht ik dagen door aan de Brouwersdam voor een tuimelaar. Later genoten we van het uitzicht bij de vuurtoren van Lime Kiln op San Juan Island.

Lime Kiln, San Juan Island © Martijn de Jonge

Lime Kiln, San Juan Island © Martijn de Jonge

Recent zagen we in California bij Big Sur mensen langs de weg staan kijken. Er bleek wat verderop een Californische condor te zijn neergestreken die wachtte op de juiste thermiek. Tegelijkertijd zagen we de gidsen van onze Monterey-whalewatchtrip naar de zee beneden turen. Even later bleek daar een moeder grijze walvis met kalf langs te trekken, een fantastische belevenis! In goede gebieden is altijd meer te zien is mijn devies, en dat blijkt ook uit 'Whalewatching in North America'. Een laatste advies van Mark Cawardine is om niet naar Sea World en aanverwante shows te gaan. Afgezien van het ongelukkige gezicht van een springende orka in een zwembad meldt hij droogjes dat je met een whalewatchtrip van $ 50 goedkoper uit bent dan met een Sea World ticket van $ 80. Waarbij hij nog opmerkt dat veel whalewatchclubs tijdens tochten aan monitoring doen.

Grijze walvis met kalf langs de kust, Big Sur (California) © Martijn de Jonge

Grijze walvis met kalf langs de kust, Big Sur (California) © Martijn de Jonge

Samenvattend, Mark Cawardine heeft een zeer leesbare, fraai geïllusteerde èn informatieve gids afgeleverd waar je, ook als je thuisblijft, uren plezier aan kunt beleven. Eerder publiceerde hij al 'Whalewatching in Britain and Europe', eveneens een aanrader. Meer info bij zijn uitgever: [www.bloomsbury.com]

Martijn de Jonge
Martijn de Jonge (Den Haag 1957) is fotograaf, auteur en reisleider die in 2012 het boek 'Walviskijken in Europa' publiceerde (KNNV). De afgelopen decennia voer hij o.a. bij Oman, Zuid Afrika, Hawaii en IJsland om dolfijnen, zeevogels en walvissen te fotograferen.

www.martijndejonge.nl
www.facebook.com/martijn.dejonge1



Audry Savoeré-Soubelet et al:
Atlas des mammifères sauvages de France
volume 1: Mammifères marins
2016. Muséum national d'Histoire naturelle, Paris.
480 p. ISBN: 9782856537879 €46,00

Bij het openslaan van dit boek viel ik achterover van het grote aantal soorten zeezoogdieren in Frankrijk: maar liefst 71!! Het merendeel (53) behoort tot de Cetacea. Maar daarnaast zijn er maar liefst 17 soorten robben. Vergelijk dit met Nederland: 27 soorten Cetacea en slechts 7 soorten robben in onze atlas. En er blijken veel exotische soorten tot de Franse fauna te behoren zoals de Omura vinvis, de spitsnuitdolfijn van Longman en het zeeluipaard.

Al snel werd duidelijk dat Frankrijk ook alle overzeese gebiedsdelen als Frankrijk ziet. En niet alleen behoren daar bekende overzeese eilanden bij, zoals Martinique, Guadeloupe en Réunion. Er is ook een piepklein eilandje aan de oostkust van Canada, een groot aantal eilanden in de Pacifische oceaan, een klein stukje Antarctica en een aantal subantarctische eilanden in het zuiden van de Indische oceaan. Biologisch gezien is dat natuurlijk een bijeengeraapt zooitje. Maar bestuurlijk is het een eenheid. Dat maakt het praktisch om al deze gebieden in een atlas bijeen te brengen. En ook vanuit het oogpunt van bescherming is het waardevol al deze gegevens van een politieke eenheid bij elkaar te hebben. Als we de situatie met bijvoorbeeld Nederland vergelijken dan zien we dat hier de overzeese gebieden er altijd maar bijhangen. Goed voor een vakantie en wat neokoloniaal sentiment. Zonder dat er wederzijdse verantwoordelijkheid gevoeld wordt en de natuurbeschermers elkaar als directe collega's zien.

Het boek begint met een korte maar zeer leesbare en volledige inleiding in de biologie van zeezoogdieren en de geografie van de behandelde gebieden. Vervolgens wordt kort en precies de gebruikte methodologie uitgelegd. Daarna volgen de soortenmonografieën die steeds vier pagina's beslaan. Twee hiervan bevatten de kaartjes en de andere twee de tekst. De tekst is bondig en zeer gestructureerd. Er zijn kopjes taxonomie, morfologie en biologie/ecologie. Natuurlijk wordt de verspreiding in Frankrijk sensu lato besproken en deze wordt in het mondiale perspectief geplaatst. Tevens wordt de status en de ontwikkeling van de populaties besproken en de invloeden en bedreigingen benoemd. Daarna wordt de huidige monitoring en het beheer behandeld. Het geheel eindigt met een korte discussie over status en bescherming. Dit alles wordt goed onderbouwd met literatuurverwijzingen. Na de soortenmonografieën worden de afzonderlijke gebieden behandeld. Daarbij wordt ingegaan op geografie, menselijke activiteiten, lokale populaties, bedreigingen en maatregelen. De atlas eindigt met een samenvatting over ecologie en bescherming van zeezoogdieren.

Het boek bevat veel informatie, is zeer leesbaar en bevat fraaie en unieke illustraties. Echter veel van die kaartjes, van al die kleine gebiedjes, zijn voor de niet-Franse burger misschien wat minder interessant. Maar er is een schat aan waarnemingen en literatuur in deze studie verwerkt. De zeer gestructureerde opzet van het boek maakt het een prettig naslagwerk.

Raymond Haselager

Boekbeschrijving op de website van het Museum voor Natuurlijke Historie in Parijs



Mark Leiren-Young
The killer whale who changed the world
2017. Greystone Books
208 p. ISBN: 9781771643511 € 14,95

Hoe een slecht gemikte harpoen het startschot gaf tot de bescherming van walvisachtigen. Zo zou je het boek, "The killer whale who changed the world" van Mark Leiren-Young, in het kort kunnen beschrijven. Het wonderlijke verhaal van Moby Doll is bij veel walvisliefhebbers wel bekend maar dit boek biedt prachtige invalshoeken, anekdotes en filosofieën. In 1964 bleef een jonge orka 'per ongeluk' in leven en werd deze, als een hond aan de lijn, naar Vancouver gesleept. Moby Doll, zoals het dier al snel werd genoemd, verbaasde niet alleen onderzoekers maar ook vele duizenden bezoekers. Deze eerste echte kennismaking met de orka veranderde onze kijk op deze dolfijnachtige voorgoed. Voor die tijd werden orka’s vooral gehaat en gevreesd. Na Moby Doll groeide het respect en de fascinatie. Maar ook markeerde de vangst van dit vriendelijke 'monster’ het begin van een klopjacht op orka’s voor dolfinaria. Zelfs na zijn korte leven inspireerde Moby Doll. Dr. Paul Spong (neurowetenschapper werkzaam bij Vancouver Aquarium) deed in de jaren 1960 verschillende experimenten met orka's in gevangenschap om hun zintuigen en communicatie en hun interactie met mensen te bestuderen. Hij raakte hierdoor van overtuigd dat orka's niet gevangenschap gehouden moesten worden. Hij wist ook de leiders van Greenpeace te overtuigen dat walvissen extreem intelligent, sociaal en het beschermen waard zijn. Dit resulteerde uiteindelijk in acties en een wereldwijd moratorium op de commerciële walvisjacht. Voor liefhebbers van walvissen en van bijzonder goed geschreven verhalen is "The killer whale who changed the world" een echte aanrader.

Leonard Boekee
Orcazine


Seals in Motion
How movements drive population development of harbour seals and grey seals in the North Sea
Sophie M.J.M. Brasseur
Promotor: Prof. Dr. P.J.H. Peter Reijnders,
co-promotor: Geert M. Aarts
2017. Wageningen University, ISBN 9789463436120 - 176 p.
Download: library.wur.nl

Seals in Motion is de titel van het proefschrift van Sophie Brasseur (Wageningen Marine Research) dat ze 30 augustus jl. in Wageningen met succes verdedigde. Brasseur onderzocht de oorzaken van de recente populatiegroei van gewone en grijze zeehonden in de Noordzee en de Waddenzee. Beide zeehondsoorten zijn met een opmars bezig en vooral de terugkeer van de grijze zeehond in de Waddenzee sinds 1980 en in het Deltagebied sinds 2003 is opmerkelijk. Zeehonden werden lange tijd als schadelijke dieren beschouwd die bejaagd moesten worden omdat ze de visstand zouden bedreigen. Dat bejagen gebeurde succesvol en vanaf de 16e eeuw waren grijze zeehonden dan ook uitgeroeid in het Waddengebied. Grijze zeehonden zijn een gemakkelijke prooi omdat ze tijdens de zoogperiode en verharing voor langere tijd continu op hoge zandplaten liggen die niet onder water lopen. De jacht op gewone zeehonden is lastiger omdat ze dagelijks de zee in gaan, ook met hun jongen en bij de geringste verstoring al in het water zijn.

Echter door de intensieve jacht in de 20ste eeuw daalde de populatie gewone zeehonden ook sterk. Toen de jacht gestopt was, veroorzaakte de PCB-vervuiling en verstoring een verdere afname van het aantal zeehonden. Midden in de jaren 1970 was er een dieptepunt bereikt van minder dan 4500 individuen in de gehele Waddenzee. Daarna namen de aantallen gestaag toe totdat de virusuitbraak in 1988 en daarna in 2002 de populatie decimeerde. In beide gevallen legde toen meer dan de helft van alle zeehonden het loodje. Toch wist de soort zich opmerkelijk snel te herstellen en in 2014 werd geschat dat er ca 39.000 gewone zeehonden aanwezig zijn.

Vliegtuigtellingen van gewone zeehonden die in 1959 gestart waren, werden begin jaren 1970 op systematische wijze voortgezet door Peter Reijnders en later door Sophie Brasseur. Dit heeft een langetermijn-gegevensset van jaarlijkse aantalschattingen opgeleverd die van onschatbare waarde is. Nu ook in Duitsland en Denemarken op dezelfde wijze geteld wordt, kunnen aantallen van zowel pups als volwassen dieren op verschillende tijden van het jaar, en in verschillende delen van het Waddengebied, met elkaar worden vergeleken. De resultaten van deze tellingen lieten zien dat het herstel van de zeehondpopulatie het sterkst was na de eerste virusuitbraak en dat die vooral in het Nederlandse deel had opgetreden. Populatiemodellen wezen uit dat dit alleen goed te verklaren is doordat er import vanuit andere regio’s plaatsvindt. Zo ontstond ook het vermoeden dat zeehonden meer migreren dan oorspronkelijk gedacht. De grijze zeehond had overigens vrijwel geen last van het virus en inmiddels zijn er meer dan 4000 in de Waddenzee. Een populatiegroei van 15-19% is alleen maar mogelijk doordat jaarlijks nieuwe individuen vanuit Engeland de Noordzee oversteken.

Brasseur voorzag in de periode 2007-2016 maar liefst 225 gewone zeehonden en 84 grijze zeehonden van een satellietzender. Zulke zenders geven een schat aan informatie over het gedrag en de verspeidingspatronen van de zeehonden op zee. Het bleek dat bij gewone zeehonden een groot deel van de zwangere vrouwtjes Nederland verliet om vervolgens hun jongen te werpen in Duitsland, maar ook dat ze in het najaar weer massaal terugtrekken. Volgens Brasseur heeft dat te maken met beheersmaatregelingen in Duitsland 60 jaar geleden om tijdens het voortplantingsseizoen de jacht te beperken. Zeehonden konden hier veiliger hun jongen grootbrengen en door hun plaatstrouw hebben ze nog steeds de neiging om naar deze gebieden terugkeert. De zenderdata lieten ook zien dat in Nederland door het jaar heen weliswaar veel grijze zeehondvrouwtjes gezien worden, maar ook dat een groot deel voor het voortplantingsseizoen terugkeren naar Engeland om daar hun jongen groot te brengen. Als we dit combineren met de resultaten van de vliegtuigtellingen betekent dit dat de immigratie van Engelse grijze zeehonden naar de Waddenzee bestaat uit zeehonden die zich hier blijvend vestigen en voortplanten, de "migranten", en uit dieren die in Waddenzee foerageren maar elders hun jongen werpen, de "toeristen".

Een mooi proefschrift, dat een goed beeld schetst van de recente populatieveranderingen van zeehonden en inzichten biedt in het fascinerende gedrag van deze dieren. De unieke reeks tellingen en de berg aan zendergegevens geven de informatie die nodig is om in internationaal verband de juiste natuurbeschermingsmaatregelen te kunnen nemen in een gebied dat ook door mensen druk wordt bezocht, bevist en bevaren. Ook in letterlijke zin is het een mooi proefschrift geworden. De omslag laat een detail van de zeehondenvacht laat zien. Naar verluidt had de vormgever liever echte zeehondenhuid gebruikt als omslag, maar dat stuitte zowel op praktische als ethische bezwaren. Van binnen is het boekje ook mooi vormgegeven. Een rustige lay-out, veel foto’s van het veldwerk en leuke korte strips van Elsje tussen de zeehonden. Wanneer je alleen maar snel door het proefschrift bladert, zie je de zeehonden in beweging: in de rechtermarge zie je dan een klein zeehondje in cirkeltjes ronddraaien.

Jeroen Creuwels


© HERCULES & VALKEMA WWW.ELSJE.NL    


Publicaties

Paleontologie

Biologie

Historisch

België en Nederland


Wonderful West Coast

Zoals de meesten onder jullie hebben ook wij een passie voor het spotten van zeezoogdieren. We plannen onze reizen hier dan ook vaak naar, en bij onze tocht door West-Canada was het niet anders. Na tien dagen in de Rockies ruilden we de bergen voor de oceaan. Van Prince Rupert in het noorden tot Victoria en Vancouver in het zuiden speurden we de golven af, op zoek naar de vele soorten die er voorkomen.

Tocht nummer 1 vanuit Prince Rupert was meteen een succes! Meer dan drie uur dobberden we rond in gezelschap van een 15-tal bultruggen. Na enkele keren rustig onder- en weer op te duiken trakteerden ze ons op een spectaculaire jachttechniek die uniek is voor bultrugwalvissen: ‘bubblenet feeding’. Hierbij naderen enkele walvissen scholen vis, en omcirkelen ze hen met een gordijn van bubbels. Ze drijven de vissen naar omhoog en bijeen, en duiken er dan plots doorheen. Met open mond happen ze water en vis binnen. Wat een zicht! Nog enkele breaches later keerden we terug. De toon voor de rest van de vakantie was gezet.

Bultruggen © Hanneke Van Camp

Bultruggen © Hanneke Van Camp

De volgende dag namen we de ferry van Prince Rupert naar Port Hardy. Een prachtige reis van 17 uur, langs fjorden, eilandjes en baaitjes. Jammer genoeg sloeg het weer tegen: mist en hevige regen zorgden voor beperkte zichtbaarheid. Desondanks kwamen we onderweg toch nog enkele bultruggen tegen. Een sympathieke native trakteerde ons bovendien op een handgesneden orka-hangertje, dat geluk zou brengen. Hij wenste ons al het beste in onze zoektocht naar orka’s, en hoopte met ons mee dat we er eindelijk zouden vinden.

Orka’s zijn voor ons namelijk de heilige graal, de eeuwige zoektocht. Zo bevroren we in IJsland (winter!) dagen aan een stuk, op een boot of postgevat aan een brug waar ze normaal elke dag wel eens langs zwemmen. Maar helaas, enkele weken geen haring en dus ook geen orka’s. In Schotland, Nieuw-Zeeland en Australië hadden we gelijkaardige scenario’s, maar hoe vaker je ze mist, hoe meer je er reikhalzend naar uitkijkt om ze eindelijk te zien.

Bultruggen © Hanneke Van Camp

Bultruggen © Hanneke Van Camp

Er zijn trouwens verschillende ecotypes van orka’s, met andere kenmerken qua uitzicht, prooi en stemgeluid. Hoewel hun habitat overlapt interageren ze niet met elkaar. Rond Vancouver Island kunnen we er drie tegenkomen. Biggs transiente orka’s eten zeehonden, zeeleeuwen, bruinvissen, dolfijnen of zelfs walvissen, terwijl residente orka’s een visdieet met voornamelijk zalm hebben. Offshore orka’s hebben dan weer haai en een variatie van vis op hun menu.

Vanaf Telegraph Cove gingen we opnieuw het water op, en al snel werd duidelijk dat dit echt een ecologische hotspot is. Veel van de eilandjes en baaien in de Johnstone Strait zijn dan ook beschermd gebied. We werden getrakteerd op bruinvissen, Dalls bruinvissen, zeehonden, Steller zeeleeuwen en een bultrug, alvorens de grote prijs in zicht kwam: in de verte verschenen karakteristieke rugvinnen. Hartslag omhoog en tranen in de ogen, jawel, het was eindelijk zover!

Orka © Hanneke Van Camp

Orka © Hanneke Van Camp

Even later zwom een pod residente orka’s voorbij. Een hydrofoon liet ons de wondere wereld van orkadialect horen; een wirwar van piepjes en knorren, een streling voor het oor. Het ritmische duikpatroon van deze majestueuze beesten gaat nooit vervelen, en plots werd iets vreemds opgemerkt: een eenzame witgestreepte dolfijn zwom tussen de orka’s, en plaagde hen. Visetende orka’s zijn ideaal gezelschap voor dolfijnen, aangezien orka-ecotypes elkaar meestal uit de weg gaan. Zo vermijdt de dolfijn transiente orka’s, waarbij zoogdieren wel op het menu staan, en kan hij hier en daar misschien een visje meepikken. Een tochtje om nooit meer te vergeten!

Als je de zee kan zien let je best op, want je weet nooit wat je tegenkomt. Wegens te veel wind werd een kayaktrip op Quadra Island afgelast, maar in de plaats konden we bij een mooie zonsopgang genieten van nog een pod orka’s die in de verte voorbijzwom, en af en toe uit het water sprongen! Om stil van te worden, al had je een verrekijker nodig om er iets van te zien. Naast walvissen en dolfijnen kan je hier trouwens ook soms bruine beren in het water zien. Als het tijd is om fruit te oogsten zwemmen ze van eiland tot eiland om op het vasteland de boeren een bezoekje te brengen.

De Pacific Rim en bovengelegen baaien van de Westkust van Vancouver Island zijn eveneens ecologische hotspots. Ze liggen onder andere op de migratieroute van de grijze walvis, en zijn vanuit Tofino te verkennen. Met een klein bootje en een interessante gids passeerden we zeehonden en zeeleeuwen, vooraleer op zoek te gaan naar walvissen.

Staart grijze walvis © Hanneke Van Camp

Staart grijze walvis © Hanneke Van Camp

Al snel bleek dat andere whalewatchers ons voor waren; drie boten hadden een grijze walvis gevonden. Nadat een grotere boot met zware dieselmotoren ons alleen achterliet, werd onze zwemmer minder schuchter. Nu pas konden we goed zien waarmee we te maken hadden: een jonge grijze walvis die nieuwsgierig een toertje rond ons bootje zwom. Wat een voorrecht om dit mee te mogen maken! Ondenkbaar dat deze mooie, rustige beesten een eeuw geleden bijna uitgestorven waren. De Oost-Pacifische populatie doet het gelukkig goed, en telt ondertussen meer dan 20.000 exemplaren.

Na deze magnifieke ervaring passeerden we ook nog langs Californische zeeleeuwen en een zeeotterkolonie, een ander succesverhaal. Zeeotters werden hier vroeger gejaagd omwille van hun vacht, en de populatie werd uitgeroeid. In afwezigheid van otters kreeg ook kelp het moeilijk doordat de zee-egel geen natuurlijke vijand meer had. Met de terugkeer van de zeeotter wordt het evenwicht langzaamaan hersteld.

Orka © Hanneke Van Camp

Orka © Hanneke Van Camp

In de Salish Sea, verder zuidwaarts, werden het hele seizoen nog geen residente orka’s gezien, vermoedelijk omdat de zalm dit jaar ergens anders vertoefde. Naast PCB vergiftiging is overbevissing hier jammer genoeg eveneens een probleem.

Na enkele uren varen kregen we echter het voorrecht Biggs orka’s te zien jagen op zeehondjes, met als achtergrond een prachtige zonsondergang! De reflecties van gele en oranje tinten in het water maakten van elke seconde een nieuw schilderij. Alsof dat nog niet genoeg was kregen we ook nog wat interessant gedrag te zien: achterwaarts zwemmen, met de staart slaan en zelfs een spyhop! Wat een wondermooie dieren, en wat een ongelooflijke setting. Ongetwijfeld het hoogtepunt van de hele vakantie!

Arne Bormans & Hanneke Van Camp
Hanneke is afgestudeerd als biologe en volgt een opleiding fotografie, ze is momenteel werkzoekend. Arne is eveneens een outdoorsmens, en werkt als ICT consultant.

Aanbevolen WhaleWatch companies:


Interessante reizen

Zeeland 4 november bruinvis, zeevogels Deltasafari

Noorwegen november - februari orka's, bultruggen Allfornature

Noorwegen november - maart orka's en bultruggen Beluga Reizen

Azoren maart - oktober gewone vinvis, bultrug, potvis, Risso's dolfijn e.a. Allfornature

Azoren 21 - 28 april blauwe vinvis, gewone vinvis, bultrug, potvis, Risso's dolfijn e.a. Allfornature

W-Afrika, Biskaye 30 april - 11 mei o.a. Clymenedolfijn, ruwtand dolfijn, gestreepte dolfijn e.v.a. Inezia tours

Van Vlissingen naar Spitsbergen 30 mei - 12 juni o.a. dwergvinvis, orka, witsnuitdolfijnen, gewone vinvis e.v.a. Inezia tours

Spitsbergen 4 - 11 juni ijsbeer, walrussen, div. robben, mogelijk Groenlandse walvis Inezia tours

Special offer:
Mensen die boeken bij All for Nature Travel krijgen als ze de Werkgroep Zeezoogdieren vermelden een zeer fraai Zeezoogdier Memory spel cadeau.

Disclaimer:
Dit is geen volledig overzicht en kan ook onjuistheden bevatten.
Kijk op de websites van de reisorganisaties voor meer informatie


Theater op het water: Waterballet voor gevorderden

Zodra het licht wordt, speuren we het fjord af. De kleuren in de lucht vormen een prachtig decor voor het waterballetspektakel dat komen gaat. De kapitein is vandaag van de techniek en het geluid en houdt de radar en de hydrofoon goed in de gaten. Iedereen is op zoek naar haring. Want waar haring is, vind je waarschijnlijk ook de hoofdrolspelers van het hoge noorden: orka’s en bultruggen.

blog waterballet orkas en bultruggen

blog waterballet orkas en bultruggen

We vinden een mega school haring, maar we waren natuurlijk niet de enige...
     Lees hier het verdere verhaal


Azoren: Blauwe Vinvis Special

Blauwe vinvis bij de Azoren

Blauwe vinvis bij de Azoren

Weinig mensen weten dat de blauwe vinvis in april en mei ook in Europa kan worden gezien, en wel op de Azoren... Tijdens deze 8-daagse groepsreis gaat u op zoek naar deze gigant onder begeleiding van de blauwe vinvisexpert van dit moment. Richard Sears doet al tientallen jaren onderzoek naar deze grootste dieren die ooit op aarde hebben geleefd en deelt zijn ervaring graag als hij met u op whale watching gaat vanaf Pico. Pico is een van de eilanden van de Azoren en een biodiversity hotspot op het gebied van walvissen: meer dan 26 verschillende soorten komen hier door het jaar heen voor.

Azoren: Blauwe vinvis special van 21 t/m 28 april


West African Pelagic Zeezoogdieren Cruise

De Werkgroep Zeezoogdieren biedt in samenwerking met INEZIA Tours een uitgelezen kans om zeezoogdieren te zien in een aantal van de meest bijzondere delen van de Atlantische Oceaan. Het betreft een reis van Kaapverdië naar Vlissingen met het schip Plancius van 30 april tot met 12 mei 2018.

Expeditiecruiseschip de Plancius

Expeditiecruiseschip de Plancius

De zeeën voor de westkust van Afrika behoren, wat zeezoogdieren betreft, tot de rijkste gebieden ter wereld. Daarnaast doen we de Golf van Biskaye aan, die jarenlang goed ontsloten was voor amateur-waarnemers, maar tegenwoordig door de snellere veerboten tussen Bilbao en Engelse zuidkust veel minder kansen biedt. Beide topbestemmingen in één reis met een heus expeditieschip: dat is de West Africa Pelagic Cruise. Op veel tochten heeft men weinig tijd en zal men doorvaren ook als er van alles te zien is rondom het schip. Deze reis is anders, bij bijzondere waarnemingen heeft de schipper de mogelijkheid om Plancius te stoppen of zelfs te keren.

De route van deze reis is zo opgezet dat wij zoveel mogelijk in gebieden varen waar de diepe oceaanbodem wordt onderbroken door onderzeese vulkanen. Rond deze plekken foerageren traditioneel veel soorten zeezoogdieren en ook de meest bijzondere zeevogels. In de Golf van Biskaje zal zoveel mogelijk de rand van het continentaal plat gevolgd worden. Dit geeft unieke mogelijkheden voor zeezoogdierliefhebbers!

Op de expeditiecruiseschepen is het meestal erg gezellig en er zijn geregeld informatieve voordrachten van de gidsen. En niet te vergeten: het eten is ook goed.

Soorten die verwacht kunnen worden zijn: potvis, blauwe vinvis, gewone vinvis, bultrug en dwergvinvis. Verder nog dolfijnsoorten als gewone dolfijn, gestreepte dolfijn, Clymenedolfijn, Atlantische gevlekte dolfijn, tuimelaar, dolfijn van Cuvier, griend en orka.

Van links naar rechts: grienden, Atlantische gevlekte dolfijn, middelste jager

Van links naar rechts: grienden, Atlantische gevlekte dolfijn, middelste jager

Mocht je je aanmelden, vergeet dan niet te vermelden dat je meegaat met de Werkgroep Zeezoogdieren. Bij voldoende deelnemers kunnen wij een extra gids meenemen. Wij selecteren dan iemand met bijzondere kennis op het gebied van zeezoogdieren. Op dit moment is het nog niet zeker of de reis doorgaat. Maar er zijn bijna voldoende deelnemers en het aantal plaatsen is beperkt. Meld je dus snel aan!!

Voor informatie over deze reis neem direct contact op met INEZIA: 0597-431405 of voor een uitgebreide reisbeschrijving.


Vrijwilligers, stages, vacatures

Vrijwilligers gezocht bij A seal, Stellendam

Ben je ouder dan 18 jaar en heb je interesse om ons vrijwilligersteam te versterken? Klik dan op deze link voor meer informatie.

Stages bij A seal, Stellendam

Studenten die minimaal een opleiding dierenzorg niveau 4 of paraveterinair volgen, kunnen hun kandidatuur voor een stage sturen naar volgend adres:

Organisatie van de ECS conferentie

Van 8 tot 10 april 2018 vindt de jaarlijkse conferentie van de European Cetacea Society (ECS) plaats in La Spezia, Italië. Voor de organisatie van deze conferentie zoekt men nog 15 student-vrijwilligers voor allerlei werkzaamheden. De studenten kunnen zo ervaring opdoen in de organisatie van de conferentie en tegelijk gratis deelnemen. Meer informatie vindt men hier.

Vrijwilligers bij CETUS-project in Portugal

Zoals beschreven in het artikel over Ana Mafalda en het CETUS-project, zijn er regelmatig vrijwilligers nodig voor het monitoren van zeezoogdieren vanaf vrachtschepen en veerboten die varen tussen Portugal, Madeira, Azoren en de Kaapverdische eilanden.

Je krijgt een grondige training in monitoring en identificatie van zeezoogdieren en de daarbij horende data-invoer en analyse. Verwacht wordt een niveau van MSc of BS-student in biologie en mogelijk kan deze stage ook gebruikt worden voor je opleiding. Normaal gesproken start de nieuwe sollicitatieronde in april, maar soms zijn er tussentijds ook mogelijkheden.

Meer informatie via: e-mail, facebook of de website.

Vrijwilligers voor zeehondencentrum Pieterburen

Vrijwilligers worden gezocht, vooral voor de komende winterperiode (grijze zeehondpups!). Zie hiervoor de website van zeehondencentrum Pieterburen

Vrijwilligers voor nieuwsbrief WZZ

Houd je van schrijven, redigeren van teksten, of het vertalen van stukken NL-EN, en vind je het leuk om bezig te zijn met zeezoogdiernieuws in België en Nederland en daarbuiten? De redactie van de nieuwsbrief zoekt versterking. Mail naar:


Volg ijsberen op de WWF species tracker

Kaartje tracks ijsberen

Kaartje tracks ijsberen

Een aantal ijsberen op de Spitsbergen en Nova Zembla hebben een halsband met een zender omgekregen. Volg hun omzwervingen op de WWF species tracker van het Wereldnatuurfonds.


Een walvismuseum in de woestijn

Wadi Hitan Fossil & Climate Change Museum

Wadi Hitan Fossil & Climate Change Museum

Midden in een woestijn in Egypte staat sinds kort een walvismuseum. Hier zijn walvissen te zien, althans de skeletten die zijn overgebleven. Wij hebben het hier over Wadi Al-Hitan, oftewel walvisvallei in het Fayum-bekken. Dit bekken is een oase in Egypte en maakte miljoenen jaren geleden deel uit van de Thetysoceaan. Het is beroemd om zijn fossielen uit het Eoceen en Oligoceen van onder andere primaten, olifanten en zeezoogdieren. Veel van deze fossielen zijn 'missing links' die ons veel leren over de evolutie van de zoogdieren. Wat de walvissen betreft zijn vooral de grote skeletten van Basilosaurus en de kleinere skeletten van Dorudon algemeen. Deze soorten hebben nog kleine achterpoten. Daarnaast zijn er ook nog zeekoeien gevonden in de wadi, een rivierdal dat de meeste tijd van het jaar droog staat.

De Wadi Al-Hitan is vanwege de unieke fossielen door UNESCO in 2005 tot werelderfgoed verklaard. Daarom is er sinds kort een museum waar deze bijzondere skeletten te zien zijn. Er is veel geld aan het museum besteed en door de bijzondere architectuur past het ook goed in het woestijnlandschap. Dit museum is een 'must' voor elke liefhebber van fossiele walvisbotten.

Raymond

www.whc.unesco.org
www.dailymail.co.uk


WZZ Playlist

For a Swim: Whale Evolution by illustrations of Carl Buell for The Papa Tongarewa Museum of New Zealand


Erich Fitzgerald and Tim Ziegler of the Victoria Museum of Natural History explain how they find and prepare the fossil whales on the coasts


Schitterende beelden vanuit een drone van een blauwe vinvis die een school krill pakt


Documentaire over dwergvinvissen bij Australië met mooie onderwaterbeelden


Dwergvinvis bij Reykjavik


Eerste onderwatervideo van spitsnuitdolfijnen van True


Video on behavioural research by Sealcentre Pieterburen



Zeezoogdieren zien en horen in Nederland

  1. Zeehonden in de Dollard Groningen
  2. Studio bruinvis
  3. Zeehonden op de Hooge Platen in de Westerschelde

Een bultrug voor de Maasvlakte

Op 7 oktober rond 15:00 waren enkele vogelaars over zee aan het kijken op de Maasvlakte en kwam er een bultrug voorbij zwemmen. Ik was gelukkigerwijs in de buurt en ben er toen snel heen gegaan en heb toen enige foto's kunnen maken. Het dier is hoofdzakelijk 'breachend' gezien, dus volledig of gedeeltelijk met het lichaam het water uit springend, en hij verplaatste zich op die manier langzaam richting het westen. Op basis van de tekening op borstvinnen en keel betreft het in ieder geval een ander exemplaar dan dat in januari 2017 voor de Noord-Hollandse kust verbleef.

Inmiddels zijn er de afgelopen vijf jaar 5 à 6 gevallen gedocumenteerd van levende bultruggen voor de Zuid-Hollandse kust. In een NL-context is de laatste tien jaar een duidelijke stijging van het aantal waarnemingen te zien, waar de soort tot tien jaar geleden slechts bij hoge uitzondering en meestal dood werd aangetroffen.

Garry Bakker
Garry is ecoloog bij Bureau stadsnatuur Rotterdam

Meer foto's op Stadsnatuur Rotterdam


Agenda

4 - 24 november 2017: Foto tentoonstelling bij A seal, Stellendam


November 2017 - januari 2018: Training to become a Marine Mammal Surveyor

Cursussen van een dag in Engeland over het monitoren van zeezoogdieren vanaf boten. Daarna is er de mogelijkheid om als vrijwilliger deel te nemen aan de diverse monitoringsprojecten van ORCA op ferries rond de Britse eilanden. website van ORCA


10-11 februari 2018: Zeezoogdierdagen van de WZZ en ZHC Pieterburen

Dit jaar is de zeezoogdierdag uitgebreid met een extra dag in Pieterburen!

Uitgebreide aankondiging met gedetailleerd programma en hoe je je kunt aanmelden volgt nog. Voor aankondigingen zie agenda Zoogdiervereniging of volg ons op Facebook.


6-10 april 2018: 32nd Annual Conference European Cetacean Society in La Spezia, Italy

Thema van de conferentie is: 'Marine Conservation – Forging Effective Strategic Partnerships.'

Informatie kan worden gevonden op de website van de ECS


30 april-12 mei 2018: West African Pelagic Zeezoogdieren Cruise

Onvergetelijke reis langs walvis-hotspots in West Afrika en West Europa! Zie West African Pelagic Cruise.


Web

Organisaties

European Cetacean Society
Natuurpunt
Stichting Rugvin
Zoogdiervereniging

Wetenschap

Marine Bioacoustics Lab - Aarhus University
Orca onderzoek in Noord Amerika
Pinniped Lab
Strandingsonderzoek Universiteit Utrecht
Walvisstrandingen.nl

Bescherming

Asha de Vos
Dolfinarium helpt om vaquita te beschermen
Orca Web
Whale and Dolphin Conservation WDC

Opvang

A Seal Zeehondenopvang Stellendam
Stichting SOS Dolfijn
Zeehondencentrum Pieterburen
Ecomare, zeehonden- en zeevogelopvang

Informatief

Marine Mammals Science Education
newsdeeply.com/oceans: Erg goede nieuwssite over de oceanen
Orcazine
Zeezoogdieren.org

Diversen

Moby Dick Antiquariaat Noordwijk
Walvisbottenstoel
Recept voor heerlijke dolfijnentaart


PDF-versie

PDF Nieuwsbrief2

PDF Nieuwsbrief2


Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wil je de nieuwsbrief ontvangen en tegelijk op de hoogte gehouden worden van de activiteiten van de werkgroep ?

Stuur een mailtje naar:

met vermelding van je naam en e-mailadres


Colofon

De eerste versie van Nieuwsbrief2 van de werkgroep zeezoogdieren (WZZ) is op 2 november 2017 online gegaan. Op 15 december is de tweede versie van deze nieuwsbrief online gegaan. In de tweede versie van deze nieuwsbrief zijn een aantal correcties en wijzigingen verwerkt. Ook is de link naar de PDF versie toegevoegd. De nieuwsbrief is geschreven met pandoc markdown met toevoeging van HTML en CSS. Met OpenOffice en MS Word is de webversie omgezet en opnieuw gelayout naar de pdf-versie. Achtergrondfoto van de nieuwsbrief is het leven op een grijze walvis en gemaakt door © Martijn de Jonge in Baja California. Er zijn zeepokken (Cirripedia: Cryptolepas rhachianecti) van de familie Coronuloidae te zien. Zeepokken van deze familie komen alleen op zeezoogdieren en zeeschildpadden voor. Tussen de zeepokken zijn er walvisluizen (Amphipoda: Cyamidae) te zien.

De werkgroep Zeezoogdieren (WZZ) is een onderdeel van De Zoogdiervereniging. Voor opmerkingen kunt u contact opnemen met de werkgroep: . U kunt ons volgen op Facebook en twitter.

logo werkgroepzeezoogdieren logozoogdiervereniging